
Bij de keuze van een magneetventiel gaat het niet alleen om het afstemmen van de spanning en de leidingdiameter. Je moet rekening houden met de compatibiliteit met het medium, de druk, de temperatuur, de doorstroming, de beschikbaarheid van elektriciteit, de bedrijfsfrequentie, de installatieomgeving en de beweging van het ventiel.
De juiste keuze van een magneetventiel verbetert de betrouwbaarheid, de snelheid, de energie-efficiëntie en de levensduur van de apparatuur. Het selecteren van een magneetventiel op basis van prijs en één specificatie kan leiden tot lekkage, oververhitting, trage werking, voortijdige uitval of zelfs gevaarlijke situaties.
Deze handleiding legt uit wat een magneetventiel is en hoe het werkt, behandelt veelvoorkomende terminologie met betrekking tot ventielen en hoe u het juiste magneetventiel kunt kiezen.
Hoofdstuk 1: Wat is een magneetventiel?
Een magneetventiel is een elektrisch bediende klep waarmee de stroom van vloeistoffen en gassen kan worden gestart, gestopt, gestuurd of gereguleerd.
Het werkingsprincipe is relatief eenvoudig: de spanning die op een spoel wordt aangelegd, wekt een elektromagnetische kracht op die het plunjer-/ventielelement in beweging zet.
Je kunt het zien als een automatische versie van een handbediende klep: in plaats van handmatig aan een hendel te draaien, wordt de spanning geleverd door een besturingssysteem (meestal een PLC).
De gebruikelijke volgorde van handelingen is
Het besturingssysteem levert spanning aan de solenoïdespoel.
De spoel genereert een magnetisch veld.
Een magnetisch veld trekt een beweegbare plunjer of anker aan.
De zuiger beweegt naar een nieuwe positie.
Het stroompad wordt geopend, gesloten of gewijzigd.
De plunjer keert terug naar zijn oorspronkelijke positie bij stroomuitval door een veer, drukverschil of andere mechanismen.
Hoewel magneetventielen eenvoudig van constructie zijn, spelen ze een cruciale rol in de automatisering van vele processen.
Enkele industriële toepassingen voor magneetventielen zijn:
Automatiseringsapparatuur, pneumatisch
Verpakkingsmachines
Productielijn
Robotindustrie
Doseer- en wasapparatuur
Waterbehandelingssystemen
HVAC-apparatuur
Medische en analytische apparatuur
Voertuigsystemen
Apparaten voor procescontrole
Vloeistof- en gassystemen
Vaak fungeert de magneetklep als interface tussen het elektrische besturingssysteem en de mechanische/vloeistofaangedreven actuator.
1.1 Gemotoriseerde klep versus magneetklep
Veel mensen verwarren deze twee apparaten, maar ze worden voor verschillende doeleinden gebruikt.
Elektromagnetische kracht wordt direct of indirect (via een stuurmechanisme) gebruikt om het klepelement van de magneetklep te bewegen. Dit werkt het best bij snelle schakelingen en nauwkeurige richtingsregeling.
Een gemotoriseerde klep wordt bediend door een elektromotor en een mechanische overbrenging. Deze is weliswaar trager, maar biedt meer controle over de klepstand en de doorstroming.
Dus de vraag is:
Moet u snel overschakelen of de doorstroming continu aanpassen?
Een magneetventiel is doorgaans een betere keuze voor het snel schakelen en regelen van de richting van de pneumatische luchtstroom. Wanneer proportionele of positiegestuurde stroomregeling nodig is, is een gemotoriseerd ventiel een betere optie.
Hoofdstuk 2: Terminologie van magneetventielen: Inzicht in werkingswijzen en posities
Bij de keuze van een magneetventiel kom je vaak termen tegen zoals 2/2-weg, 3/2-weg, 5/2-weg en 5/3-weg ventielen.
Die cijfers geven aan hoeveel posities en hoeveel vloeistofpoorten (of stroomaansluitingen) een klep heeft.
2.1 Wat is “positie”?
Het eerste getal geeft het aantal standen van de klep aan.
Bijvoorbeeld
2/2-standenventiel: twee standen voor de spoel
3-standenventiel: drie standen van de spoel
Een tweestandenventiel kan worden vergeleken met een eenvoudige elektrische schakelaar: het heeft twee werkingsstanden.
Een driestandenklep heeft drie standen, waaronder een middenstand. De functie van de middenstand verschilt per ontwerp.
Veelvoorkomende centrale posities zijn
Gesloten circuit
Naafuitlaat
Drukpunt
Deze posities bepalen wat er met de actuator gebeurt wanneer de klep zich in de middenpositie bevindt.
2.2 Wat is “Weg”?
Het tweede getal geeft aan hoeveel vloeistofpoorten of stroomaansluitingen een klep heeft.
Bijv.
2-wegklep – 2 poorten
Drie poorten: 3-wegklep
Vijf poorten: 5-wegklep
Deze twee getallen geven de basiseigenschappen van de klep weer.
2/2-weg magneetventielen
De 2/2-wegklep heeft:
Twee banen
Twee poorten
Het wordt meestal gebruikt voor het eenvoudig aan- en uitschakelen van vloeistoffen of gassen.
Afhankelijk van het ontwerp kan het het volgende zijn:
Normaal gesloten (NC)
Normaal open (NO)
Normaal gesproken opent een gesloten klep wanneer er spanning op staat en sluit deze wanneer de spanning wegvalt.
Omgekeerd geldt voor de normaal openstaande klep.
3/2-weg magneetventiel
De 3/2-wegklep heeft:
Drie poorten
Twee posities
Het wordt vaak gebruikt voor de aansturing van enkelwerkende pneumatische cilinders.
De havens zijn als volgt:
P = toevoerdruk;
A = acteur;
R = uitlaat
Eén positie verbindt P met A, terwijl een andere A met R verbindt.
5/2-weg magneetventiel
De 5/2-wegklep heeft:
Vijf havens.
Twee posities
Het wordt vaak gebruikt voor de aansturing van dubbelwerkende pneumatische cilinders.
De havens zijn als volgt:
P = toevoerdruk;
Actorenpoorten: A en B;
R en S = uitlaatopeningen
In de ene stand wordt druk toegevoerd aan A terwijl B wordt ontlucht; in een andere stand wordt de richting omgedraaid.
Magneetventiel – 5/3-weg
De 5/3-wegklep heeft:
Vijf havens
Drie posities
De centrale positie kan worden aangepast aan de toepassing, bijvoorbeeld
-Gesloten centrum
Naafuitlaat
Drukpunt
Dit type ventiel is handig wanneer een pneumatische actuator een specifieke toestand vereist tijdens de stand-bymodus.
2.3 Hoe het symbool van een pneumatisch ventiel te interpreteren
Algemene regel:
Aantal vakjes = aantal posities; het aantal poorten wordt weergegeven in het ventielsymbool.
Een pijl geeft een stroomrichting aan, en een blokkeringssymbool geeft een geblokkeerde doorgang aan.
Bij terugslagkleppen met veermechanisme geeft het symbool naast de veer de positie van de klep aan wanneer deze niet onder spanning staat.
Als je die symbolen eenmaal kent, wordt het veel gemakkelijker om klepconfiguraties te vergelijken voordat je tot aankoop overgaat.
Hoofdstuk 3: Magneetventielen Werkingsprincipes en belangrijkste typen

Magneetventielen kunnen op verschillende manieren worden geclassificeerd. Twee van de belangrijkste classificaties zijn:
Direct acterend versus door een piloot bediende
Enkele solenoïde versus dubbele solenoïde
Met deze classificatie moet rekening worden gehouden tijdens het selectieproces.
3.1 Solenoïde directwerkende kleppen
Bij een direct werkende magneetklep wordt het klepelement rechtstreeks bewogen door een elektromagnetische kracht.
Wanneer er spanning op komt te staan, trekt het magnetische veld de plunjer of het anker aan, waardoor het stromingskanaal wordt geopend of gesloten.
Voordelen:
Eenvoudige constructie
Snel antwoord
Betrouwbare werking
Werkt zonder minimaal drukverschil.
Het meest geschikt voor toepassingen met een lage doorstroming.
Beperkingen:
De vloeistofdruk en veerkracht moeten direct door elektromagnetische kracht worden overwonnen. Daarom is voor grotere kleppen of openingen een sterkere elektromagnetische kracht nodig.
Meestal gebruikt voor direct werkende kleppen.
Lage stroomsnelheden
Lagedruksystemen
Kleinere apparaten
Specifieke schakeltoepassingen
Toepassingen zonder drukverschil
3.2 Pilotgestuurde magneetklep
De pilotgestuurde kleppen gebruiken de druk van het werkmedium om de klep te bedienen.
De solenoïde beweegt het grote hoofdventielelement niet rechtstreeks door middel van elektromagnetische kracht, maar bedient de kleine stuuropening, terwijl het drukverschil het hoofdmembraan of de zuiger in beweging zet.
Dit principe maakt het mogelijk dat een relatief kleine solenoïdespoel een grote doorstroming regelt.
Voordelen:
Lagere eisen aan elektromagnetische kracht
Voor grotere openingen
Hogere doorstromingscapaciteit
Vermindering van het energieverbruik in veel ontwerpen.
Geschikt voor hogedruktoepassingen
Beperkingen:
Pilotgestuurde kleppen vereisen doorgaans een minimale drukverschil voor een correcte werking.
Daarom moet je altijd het door de fabrikant aangegeven drukbereik controleren.
Een te lage systeemdruk kan leiden tot het onjuist openen of sluiten van de klep.
Belangrijke selectieopmerking
Denk niet dat een pilootgestuurde klep beter is dan een direct werkende klep.
Een directwerkende klep is mogelijk een betere keuze voor toepassingen met lage druk of bij een drukverschil van nul.
Hoofdstuk 4: Enkelvoudige magneetklep versus dubbele magneetklep
Een ander verschil zit in het aantal magneetventielen en hoe het magneetventiel werkt wanneer de stroom is uitgeschakeld.
4.1 Enkele magneetklep
Een magneetventiel werkt normaal gesproken als volgt:
Geactiveerd -> klep verschuift
Uitgeschakeld -> klep keert terug naar
Een terugveer wordt normaal gesproken gebruikt als terugslagmechanisme.
Dit voegt een belangrijk veiligheidsaspect toe aan de klep: als het elektrische signaal wegvalt, gaat de klep automatisch naar een vooraf ingestelde positie.
Wanneer gebruik je enkelvoudige magneetventielen?
Het zou mogelijk moeten zijn om automatisch terug te keren naar de oorspronkelijke positie.
De faalveilige werking is hier een belangrijk punt.
De actuator moet terugkeren naar zijn oorspronkelijke positie wanneer de stroom uitvalt.
Het besturingssysteem maakt gebruik van eenvoudige aan/uit-signalen.
4.2 Dubbele magneetklep (DSV)
Bij een dubbele magneetklep regelen twee magneetkleppen twee standen van de klep.
In pneumatische circuits zorgt het activeren van de ene solenoïde ervoor dat de klep naar de ene positie verschuift, en het activeren van een andere solenoïde zorgt ervoor dat de klep naar een andere positie verschuift.
Sommige DSV-ventielen zijn uitgevoerd als bistabiele ventielen, zodat ze in hun laatst ingestelde positie blijven staan nadat het elektrische signaal is verwijderd.
Dit kan handig zijn in gevallen waarin het systeem de klepstand moet handhaven zonder de spoel constant van stroom te voorzien.
Veiligheidsaspecten (Belangrijke opmerking)
Ga er niet van uit dat de dubbele magneetklep altijd een mechanisch vergrendelde actuatorpositie zal opleveren zodra de stroom uitvalt.
Het daadwerkelijke gedrag is afhankelijk van het klepontwerp, het pneumatische circuit, de actuator, luchtlekken en de belasting.
In gevallen waarin een machine een belasting veilig moet blijven handhaven nadat de stroom is uitgevallen, moet de gehele veiligheidsfunctie worden ontworpen met behulp van geschikte mechanische en/of pneumatische middelen, in plaats van alleen te vertrouwen op de positie van de klepspoel.
Hoofdstuk 5: 7 tips over Selectie van magneetventielen

Nu komen we bij het belangrijkste punt: hoe kies je de juiste magneetklep voor een specifieke toepassing?
Ontwikkel uw toepassing op een systematische manier; kies geen klep op basis van een specifieke parameter.
De juiste selectieprocedure is als volgt:
Medium -> Druk -> Temperatuur -> Debiet -> Functie -> Elektrische vereisten -> Omgeving
5.1 Stap 1. Bepaal het werkmedium
Stel jezelf eerst de volgende vraag: •
Wat stroomt er door de klep?
Het medium kan zijn:
Perslucht, water, olie
Stoomafzuiging
Gasvormig koelmiddel
Bijtende stoffen.
Farmaceutische of voedingsvloeistoffen
Het medium bepaalt de juiste samenstelling van het klephuis, het membraan, de afdichting en de interne onderdelen.
Een ventiel dat bijvoorbeeld ontworpen is voor gebruik met perslucht, is niet automatisch geschikt voor heet water, stoom of agressieve chemicaliën.
Bekijk deze parameters.
Middelgroot type
Chemische compatibiliteit
Gas of vloeistof.
Zindelijkheid
Aanwezigheid van deeltjes
viscositeit
Corrosiviteit
Smering nodig
Indien het medium verontreinigd is met deeltjes, kan filtratie nodig zijn om verontreiniging van de klepzitting en bewegende onderdelen te voorkomen.
5.2 Stap 2. Controleer de druk en het drukverschil.
Druk is een van de belangrijkste parameters in het selectieproces.
Check out:
Minimale werkdruk
Maximale bedrijfsdruk
Inlaatdruk
Uitlaatdruk
Drukverschil
Het minimale drukverschil is met name belangrijk voor de pilootgestuurde kleppen.
Als een klep bijvoorbeeld een minimale drukverschil nodig heeft om te functioneren en de systeemdruk onder die waarde zakt, zal de klep niet correct werken.
Kies een ventiel nooit alleen op basis van de maximale drukwaarde. De laagste drukwaarde is net zo belangrijk.
5.3 Stap 3. Bepaal de elektrische vereisten
Laten we nu de regelmodus van de klep definiëren.
De typische spanningen van de solenoïden zijn als volgt:
12 V DC, 24 V DC, 24 V AC, 110 V AC, 120 V AC, 220 tot 230 V AC
De 24 VDC-spanning is zeer gebruikelijk in industriële automatisering en kan eenvoudig worden geïntegreerd in een PLC-besturingssysteem.
Controleer ook:
Stroomverbruik van de spoel
Huidig gebruik
arbeidscyclus
Elektrische verbindingen
overspanningsbeveiliging
Isolatieklasse
Regeluitvoervereisten
Voor een gelijkstroomspoel van een eenvoudig type:
Stroomsterkte ≈ Vermogen / Spanning
Een spoel van 24 VDC met een vermogen van 6 W verbruikt bijvoorbeeld 0.25 A bij normaal gebruik.
De PLC-uitgang of het relais moet een elektrische belasting kunnen aansturen.
5.4 Stap 4. Selecteren Magneetventiel Functie en doorstroomcapaciteit
Nu de eisen ten aanzien van het medium, de druk en de elektrische eigenschappen bekend zijn, kunnen we bepalen wat de klep moet doen.
De typische functies zijn
Eenvoudige AAN/UIT-bediening
Enkelwerkende cilinderwerking
Cilinderbediening met twee standen
Verandering van de stromingsrichting
Uitlaatgasafvoer
Vacuüm controle
Tussenliggende actuatorpositie
Selecteer vervolgens de juiste configuratie:
2/2-weg
3/2 weg
5/2-weg
5/3 weg
Let op de doorvoercapaciteit!
De prestaties van een klep zijn niet afhankelijk van de leidingdiameter.
De doorstroomcapaciteit wordt doorgaans beschreven met parameters zoals:
CV 1
KV
Debietclassificatie
Effectief gebied
Een groter systeem is niet per se beter. De klep moet worden gekozen op basis van de juiste doorstroming en druk.
In pneumatische systemen kan de doorvoercapaciteit in de volgende situaties ontoereikend zijn:
Langzame beweging van cilinders
Slechte actuatorprestaties
Verhoogde cyclustijd
Drukdalingen
Daarom moet de klep worden gekozen op basis van de vereiste doorstroming, en niet alleen op basis van de leidingdiameter.
5.5 Stap 5. Controleer de reactietijd en de werkingsfrequentie
Sommige applicaties vereisen zeer snelle omschakelingen.
Bijvoorbeeld:
VERPAKKINGSMACHINES
Pick & place machines
Afblaassystemen
Sorteermachines
Verkoopautomaten (enkelvoudig)
Pneumatische besturing, hoge frequentie
De belangrijkste parameters zijn hier:
Reactietijd voor opening
Reactietijd voor afsluiting
Maximale schakelfrequentie
arbeidscyclus
Verwachte levensduur
Een klep die goed presteert bij lage frequenties is mogelijk niet geschikt voor toepassingen met hoge frequenties.
Als de machine honderdduizenden of miljoenen keren wordt aan- en uitgeschakeld, controleer dan de levensduur van de klep onder omstandigheden die zo dicht mogelijk bij het werkelijke gebruik liggen.
5.6 Stap 6. Houd rekening met de installatieomgeving
De omgevingsomstandigheden kunnen de betrouwbaarheid van de klep aanzienlijk beïnvloeden.
Controleer het volgende:
Omgevingstemperatuur
Zorg ervoor dat de klep en de warmtewisselaar de juiste specificaties hebben voor het temperatuurbereik.
Blootstelling aan water en vochtigheid
Als de klep wordt blootgesteld aan water, condens en reinigingsmiddelen, zorg er dan voor dat u de juiste behuizing en beschermingsgraad voor de connector kiest.
Stof
De stoffige industriële omgeving vereist mogelijk extra bescherming tegen verontreiniging.
trilling
Sterke trillingen kunnen elektrische verbindingen en mechanische onderdelen beïnvloeden.
Bijtende omgeving
In kustgebieden en de chemische industrie kunnen corrosiebestendige materialen of coatings nodig zijn.
Gevaren (geclassificeerde locaties)
Als de apparatuur in een explosiegevaarlijke omgeving wordt geïnstalleerd, moeten de kleppen en elektrische onderdelen over de juiste certificeringen voor gevaarlijke locaties beschikken.
Gebruik de standaard solenoïdespoel niet in een gevaarlijke omgeving, ook al is de spanning ervan gelijk aan die van het besturingssysteem.
5.7 Stap 7. Evalueer kwaliteit, kosten en speciale kenmerken
Prijs en merknaam zouden pas na het vaststellen van de technische vereisten de belangrijkste selectiefactoren moeten zijn.
Belangrijkste overwegingen:
Kwaliteit van het product
Betrouwbaarheid
Levenscertificaten
Technisch support
Beschikbaarheid
Reserveonderdelen.
Levertijd
Eigendomskosten
Afhankelijk van de toepassing kunnen de volgende speciale functies nuttig zijn:
Handmatige override.
Indicatielampje
Overspanningsbeveiliging:
DIN-stekker
Kabelaansluiting
Spoel met laag vermogen
Hogetemperatuurspiraal
Corrosiebestendige behuizing
Explosieveilige spoel
Aangepaste montageconfiguratie
De goedkoopste klep is niet per se de voordeligste optie.
Een defecte klep kan een kostbaar probleem worden, met als gevolg machineuitval, onderhoudskosten, defecte producten en noodvervangingen.
Hoofdstuk 6: Projectvoorbeelden voor de selectie van magneetventielen
Laten we het selectieproces voor een aantal typische applicaties eens bekijken.
Voorbeeld 1. Toepassing van een pneumatische stopcilinder in een productielijn.
Het gebruik van een pneumatische cilinder om producten op de transportband te stoppen.
Vereisten:
Perslucht
De werkdruk bedraagt ongeveer 0.5 tot 0.6 MPa.
PLC-besturing 24 VDC
De cilinder moet terugkeren naar zijn oorspronkelijke positie wanneer de stroom wordt uitgeschakeld.
Regelmatige bediening
Fabrieksomgeving – industriële omgeving
Voorgestelde aanpak
In dit geval moet de klep met automatische terugslag en veer worden gebruikt.
Bij een enkelwerkende cilinder kan een 3/2-wegklep worden gebruikt.
De doorstroomcapaciteit van de klep moet overeenkomen met de cilindergrootte en de snelheid waarmee deze werkt.
Normaal gesproken zou een standaard industriële klep met het juiste afdichtingsmateriaal en bescherming tegen omgevingsinvloeden volstaan.
Voorbeeld 2. Robotgrijper die zijn toestand moet behouden.
De robotgrijper houdt een werkstuk vast. Het is belangrijk voor het systeem dat de grijper in een gedefinieerde toestand blijft, ook als het stuursignaal wegvalt.
Selectiecriteria:
Als het nodig is om de laatst ingestelde stand van de klep te behouden, kan een dubbele magneetklep worden overwogen.
Dit betekent echter niet dat de grijper mechanisch vergrendeld moet worden.
In geval van ophanging of kritische veiligheidsbelastingen dienen aanvullende maatregelen te worden genomen, zoals:
Mechanisch slot
Pilotgestuurde terugstroombeveiliger
Hengelvergrendeling
Drukhandhavingslus
Veiligheidsclassificaties van pneumatische circuits
De juiste oplossing is afhankelijk van de belasting, het ontwerp van de actuator, de mogelijke storingen en de veiligheidseisen van de machine.
Hoofdstuk 7: Hoe veelvoorkomende installatie- en onderhoudsfouten te voorkomen

Het kiezen van de juiste klep is slechts het begin. De levensduur hangt af van hoe de klep wordt geïnstalleerd en onderhouden.
7.1 Controleer de stroomrichting
Houd altijd rekening met de aanwijzingen van de fabrikant met betrekking tot de stroomrichting.
Anders werkt de klep niet goed.
7.2 Voorkomen van leidingspanning
Vermijd het gebruik van harde buizen die een te hoge mechanische belasting op de klep uitoefenen.
Trillingen en het bezwijken van verbindingen kunnen worden voorkomen als de leiding correct wordt geïnstalleerd.
7.3 Zorg voor een schone omgeving
Bij een pneumatisch systeem moeten geschikte filters vóór de klep worden gebruikt.
Verontreiniging kan tot de volgende problemen leiden:
klep vastlopen
interne lekkage
reactievertraging
schade aan de stoel
voortijdige bandenslijtage
7.4 Werken binnen het juiste drukbereik
Het is belangrijk om de klep binnen dit drukbereik te bedienen om storingen te voorkomen en de levensduur van de kleponderdelen niet te verkorten.
7.5 Controleer de spoelspanning
Sluit de 24 VDC-spoel niet aan op 110 VAC of 220 VAC.
Denk bovendien niet dat spoelen met dezelfde nominale spanning dezelfde eigenschappen hebben.
7.6 Houd rekening met waterslag.
Bij vloeistoffen moet men voorzichtig zijn met abrupte onderbrekingen van de stroming. Deze kunnen drukstoten (waterslag) veroorzaken.
Overweeg de volgende oplossingen indien nodig:
kleppen die langzamer sluiten
stroomregeling
drukverlichting
accumulatoren of dempers
correct leidingontwerp
Hoofdstuk 8: Veelvoorkomende problemen met magneetventielen en het oplossen ervan

Zelfs een zorgvuldig gekozen klep kan problemen ondervinden door onjuiste installatie of onderhoud.
Probleem 1: De klep werkt niet. Controleer: Wordt de juiste spanning op de spoel aangelegd?
Is de spoel kapot?
Is de connector goed aangesloten?
Ligt de druk binnen het normale bereik?
Zijn de ventielspoel en de plunjer schoon?
De klep is correct geïnstalleerd.
Zorg ervoor dat het drukverschil bij pilotgestuurde kleppen correct is.
Probleem 2: De klep werkt, maar er is geen doorstroming.
De mogelijke oorzaken zijn
onjuiste poortverbindingen
filterblokkering
onvoldoende druk
besmetting
onjuist klepontwerp
gebroken membraan of afdichtingen
Probleem 3: De klep sluit niet volledig.
De mogelijke oorzaken zijn
vuil of deeltjes in de klepzitting
beschadigde afdichtingscomponenten
overmatige druk
onjuiste installatie
versleten interne onderdelen
Reinigen of vervangen is noodzakelijk.
Probleem 4: De spoel is oververhit.
Een lichte temperatuurstijging van de spoel tijdens gebruik is normaal.
Oververhitting kan echter wijzen op de volgende problemen:
De voedingsspanning is verkeerd.
onjuiste spoelparameters
Een te hoge schakelfrequentie.
verkeerde inschakelduur
mechanische problemen die leiden tot een onjuiste werking
onjuiste warmteafvoer
elektrische problemen
Vergelijk de werkelijke bedrijfsomstandigheden met de specificaties van de fabrikant.
Checklist voor het kiezen van een magneetventiel
Gelieve de volgende informatie te verstrekken voordat u uw bestelling plaatst:
Medium: Lucht, water, olie, stoom, gas, chemicaliën, enz.
Gemiddelde temperatuur: min/max
Bedrijfsdruk: min & max
Drukverschil: min en max
Vereiste debiet: Cv, Kv of equivalent
Poortgrootte: 1/8″, 1/4″, 3/8″, 1/2″, enz.
Ventielfunctie: 2/2, 3/2, 5/2, 5/3, enz.
Normale toestand: open of gesloten
Actuator: enkel- of dubbelwerkend
Spoelspanning: 12V DC, 24V DC, 110V AC, 230V AC, enz.
Stroomverbruik in W of VA
Reactietijd: het is belangrijk
Schakelfrequentie: cycli/seconde/uur
Bedrijfscyclus: Continu of intermitterend.
Omgevingstemperatuur
IP-bescherming
Corrosiebestendigheid
Eisen voor gevaarlijke zones
Connectoren, elektrisch
Levenslang nodig
Technische Specificaties
Beschikbare ruimte
Verwacht volume en budget
Als je alle benodigde specificaties kent, wordt de communicatie met de fabrikant van de magneetklep een stuk eenvoudiger.
Hoofdstuk 10: Conclusie over de selectie van magneetventielen

Op het eerste gezicht lijkt de keuze van een magneetventiel behoorlijk ingewikkeld, gezien de vele verschillende parameters die fabrikanten aanbieden. Maar als je de logische volgorde aanhoudt, wordt alles een stuk eenvoudiger.
Begin met het medium, vervolgens de druk en de temperatuur. Bepaal de vereiste doorstroomcapaciteit en de werking van de klep. Controleer daarna de spoelspanning, het vermogen, de inschakelduur, de reactietijd, de omgevingsomstandigheden en de vereiste levensduur.
De basisregel is
Kies een magneetventiel nooit alleen op basis van de spanning en de poortgrootte. Kies het ventiel op basis van het volledige werkingsbereik van de toepassing.
Een goed gekozen magneetventiel zorgt voor een snelle respons, betrouwbare schakeling, een lange levensduur en een soepele werking van de machine. Bovendien voorkomt het onnodige stilstand en storingen.
Een standaardventiel is voor de meeste toepassingen voldoende. Echter, wanneer een toepassing ongebruikelijke afmetingen, hoge temperaturen, speciale drukken, beperkte installatieruimte, aangepaste elektrische aansluitingen, extreme levensduur of specifieke debietvereisten vereist, kan directe samenwerking met een professionele fabrikant van magneetventielen een betere oplossing zijn.
De beste klep is niet altijd de grootste, goedkoopste of sterkste. Het is de klep die dezelfde elektrische, mechanische, vloeistof- en omgevingsparameters heeft als de werkelijke parameters van de toepassing.